Castratie

Castratie

Waarom castreren?
Hengsten worden in de meeste gevallen gecastreerd, omdat het dier door deze ingreep geschikter wordt voor de sport en voor recreatie. Door de castratie stopt namelijk de productie van testosteron. Dit hormoon zorgt voor het typische en ongewenste ‘ hengstengedrag’ (dominantie, dekgedrag, snel afgeleid in het bijzijn van merries, bijten, vechten met andere paarden) en voor het ontwikkelen van de typische lichaamscontouren van de hengst. Afhankelijk van de leeftijd waarop de hengst gecastreerd wordt, zal het uiterlijk meer of minder neigen naar dat van een merrie. De mate waarin de ruin hengstengedrag zal blijven vertonen heeft ook te maken met de leeftijd waarop de hengst gecastreerd wordt. Hoe vroeger de castratie plaatsvindt, hoe minder de ruin blijvend hengstengedrag zal vertonen. Voor de gemiddelde ruiter is een ruin betrouwbaarder, rustiger en veiliger. Voor de zeer ervaren ruiter kan een hengst net dat beetje meer uitstraling en motivatie hebben dan een ruin. Er moet rekening gehouden worden met het feit dat er altijd uitzonderingen zijn. Er zijn hengsten die zonder problemen tussen merries gereden kunnen worden en er zijn ruinen die altijd hengstengedrag zullen blijven vertonen.
Ook stallingsomstandigheden kunnen een reden zijn om voor castratie te kiezen. Veel maneges en pensionstallen weigeren hengsten te huisvesten.

De belangrijkste reden om hengsten niet te castreren is als deze ingezet wordt voor de fokkerij.

Methode castratie

Als voorbereiding op een castratie moet de hengst een geldige basisenting tegen tetanus gehad hebben. Een operatieve ingreep zoals een castratie is een risicomoment voor het oplopen van een infectie met tetanus.

Er zijn verschillende methodes om hengsten te castreren onder kliniek- of onder veldomstandigheden. Binnen onze praktijk castreren we hengsten waarbij beide testikels zijn ingedaald ‘liggend halfbedekt’ op locatie in een schone omgeving (droge box of in het weiland). De operatie vindt bij voorkeur plaats in het voorjaar vanwege het toenemende aantal vliegen in de loop van het seizoen (risico op wondinfecties). De operatie start met de toediening van een sederend middel, waarna het paard vervolgens onder narcose wordt gebracht. De ‘halfbedekte’ methode houdt in dat de buikholte wordt gesloten met een oplosbare hechting (ligatuur). Hierdoor is het risico op nabloeden en het naar buiten komen van buikinhoud zoals darmen kleiner. De balzak zelf wordt niet dichtgehecht zodat wondvocht weg kan lopen. De dierenarts gaat pas weg als het paard en orde is en weer staat. Van begin tot eind zal de operatie ongeveer een uur duren.

De volgende dag zal de dierenarts het paard controleren op koorts en het operatiegebied nakijken.

Voor meer informatie of het maken van een afspraak kunt u contact opnemen met onze praktijk.