Leverbot

In onze regio was leverbot tot voor kort een onbekend fenomeen. De laatste maanden wordt er toch in toenemende mate leverbot aangetoond bij dieren van onze veehouders. De schade veroorzaakt bij leverbot is zeer groot, het is dus belangrijk ook in deze regio alert te zijn op een mogelijke leverbotinfectie.

De leverbot is een parasiet die voorkomt bij graseters zoals het rund en het schaap.
Een leverbotbesmetting kan in chronische en in acute vorm voorkomen. Bij de acute vorm sterft het rund doordat heel veel jonge leverbotjes door de lever trekken. Het rund sterft dan aan verbloeding.
Meestal betreft het echter de chronische vorm. De meest voorkomende klachten zijn dan; dieren die te vroeg afkalven, de melkproductie is lager dan verwacht en de groei van het jongvee valt tegen.

De leverbot is een platworm van 2 tot 4 centimeter die leeft in de galgangen van de lever. Net als bij andere worminfecties worden de eieren met de mest uitgescheiden. Om de cyclus van de leverbot in stand te houden is de aanwezigheid van de leverbotslak essentieel. Deze slak leeft op plaatsen waar de bodem het grootste deel van het jaar vochtig is. Hierbij moet u denken aan slootkanten, greppels en bijvoorbeeld kwelplaatsen achter dijken.
De eitjes van de leverbot die met de mest zijn uitgescheiden, kunnen alleen ontwikkelen bij een temperatuur van 10ºC of hoger. Dit betekent dat ontwikkeling van april tot december mogelijk is. De grootste besmetting vindt plaats in augustus, september en oktober.

Aantonen van leverbot

In het geval van acute leverbot is het noodzakelijk bloedonderzoek te doen of sectie te laten verrichten op dode dieren. Chronische leverbot is op meerdere manieren aan te tonen, namelijk door middel van bloed-, tankmelk- en/of mestonderzoek.

-Tankmelkonderzoek: De uitslag van dit onderzoek kan varieren tussen geen, weinig of veel antistoffen tegen leverbot.
– Bloedonderzoek: In het bloed wordt gezocht naar antistoffen tegen leverbot. Er kan bij het individuele dier met klachten blopedgetapt worden. Ook kan door middel van bloedonderzoek een idee gekregen worden van de situatie op het bedrijf. Dan moet van elke leeftijdsgroep vijf monsters genomen worden. Vanaf november kan bloedonderzoek plaatsvinden.
– Mestonderzoek: In de mest wordt gezocht naar leverboteieren, waarmee een infectie wordt vastgesteld. Deze eieren zijn vanaf drie maanden na infectie aan te tonen. Om deze reden kan dit onderzoek vanaf januari worden uitgevoerd. Wij voeren dit mestonderzoek in ons eigen laboratorium uit en meestal op gepoolde monsters (5-10 dieren per gepoold monster)

Behandeling van leverbot

In verband met toenemende resistentie van de middelen tegen leverbot is het belangrijk eerst de dieren te onderzoeken voordat een behandeling ingesteld wordt. Kalveren en pinken waarbij leverbot is aangetoond of dieren die in een leverbotgebied zijn geweid moeten twee weken na het opstallen worden behandeld. Voor melkkoeien is geen middel geregistreerd tegen leverbot. Als door onderzoek blijkt dat de melkkoeien moeten worden behandeld, moet dit individueel gebeuren. Dit houdt in dat koeien aan het begin van de droogstand gedurende het hele jaar worden behandeld. Eventueel kan het effect van de behandeling geëvalueerd worden door twee tot drie weken na behandeling mestonderzoek te doen.

Preventie

De kans op verspreiding van de leverbotslak en het oplopen van een leverbotbesmetting is het grootst in vochtig land. Door drainage en waterpeilverlaging wordt de grond droger en worden de leefomstandigheden van de leverbotslak verslechterd. Hierdoor neemt de kans op een leverbotbesmetting af.
In de herfst en de winter is het goed dieren zo veel mogelijk op droge (hooggelegen) percelen te weiden of deze dieren op te stallen.

De werkgroep leverbotprognose geeft tweemaal per jaar een voorspelling van de kans op leverbotinfecties. Afhankelijk hiervan kun je als bedrijf bepalen of behandeling of onderzoek gewenst is.